LJN: AU2499,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, 130234
Datum uitspraak: 09-09-2005
Datum publicatie: 13-09-2005
Rechtsgebied: Handelszaak
Soort procedure: Kort geding
Inhoudsindicatie: Uren van ambulancemedewerkers doorgebracht
in aanwezigheidsdiensten
moeten worden beschouwd als volledige arbeidstijd.
Richtlijnconforme uitleg
Arbeidstijden wet.
Uitspraak
Rechtbank Arnhem
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 130234 / KG ZA 05-507
Datum vonnis: 9 september 2005
Vonnis
in kort geding
in de zaak van
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
CNV PUBLIEKE ZAAK,
gevestigd en kantoorhoudende te Den Haag,
eiseres,
procureur
mr. P.C. Plochg,
advocaat
mr. A. Schellart te Utrecht,
tegen
de rechtspersoon met volledige rechtspersoonlijkheid naar
publiek recht
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HULPVERLENING EN VEILIGHEID
GELDERLAND ZUID,
gevestigd en kantoorhoudende te Nijmegen,
gedaagde,
procureur mr. P.J.M. van Wersch,
advocaat
mr. H.A. Hoving,
Het verloop van de procedure
Eiseres, hierna te noemen CNV heeft gedaagde, hierna te
noemen RAV, ter zitting in kort geding
doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de
dagvaarding.
RAV heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde
voorzieningen.
De advocaten van partijen hebben de zaak bepleit, beiden
overeenkomstig de door hen
overgelegde pleitnotities.
Daarbij hebben zij producties in het geding gebracht.
Ten slotte is vonnis bepaald.
De vaststaande feiten
1. CNV is een vereniging van werknemers, die zich de
behartiging van de belangen van haar leden
als ambtenaar ten doel stelt. Van CNV zijn leden als
ambtenaar werkzaam bij RAV.
2. RAV is een samenwerkingsverband van gemeenten in Gelderland
Zuid ter voorziening in (o.a.)
het ambulancevervoer in Gelderland Zuid.
3. De voor het ambulancevervoer geldende tarieven worden
bepaald door het College Tarieven
Gezondheidszorg (CTG).
4. Het CTG heeft met ingang van 1 januari 2005 voor het ambulancevervoer
lagere budgetten
vastgesteld.
5. RAV heeft voor de wijziging van het dienstrooster, met
name door het opnemen van
aanwezigheidsdiensten instemming gevraagd van de
ondernemingsraad, welke instemming is
geweigerd.
6. Bij beschikking van 9 juni 2005 van deze rechtbank,
sector kanton, locatie Nijmegen is RAV
(vervangende) toestemming verleend om het voorgenomen
besluit tot wijziging van het
dienstrooster te nemen.
7. Bij brief van 18 juli 2005 heeft RAV haar werknemers het
dienstrooster voor september 2005
toegezonden. Daarin zijn aanwezigheidsdiensten verwerkt.
De vordering
8. CNV vordert primair, samengevat weergegeven, RAV op
straffe van een dwangsom te
verbieden een roosterwijziging door te voeren waarin
aanwezigheidsuren anders dan volwaardige
en volledige arbeidsuren worden gerekend en waarin meer dan
de gemiddelde arbeidsduur van de
Arbeidstijdenwet wordt ingeroosterd, dan wel waarin
structureel overwerk wordt ingeroosterd.
9. Subsidiair vordert CNV RAV op straffe van een dwangsom te
gebieden bij doorvoering van een
rooster met aanwezigheidsdiensten die diensten te calculeren
als volledige en volwaardige
arbeidsuren, niet méér uren in te roosteren dan de voor elk
van de bij haar werkzame
ambtenaren gelende aanstellingsuren en alle
aanwezigheidsuren te honoreren als volledige en
volwaardige arbeidsuren en alle uren boven de normale
aanstellingsomvang te vergoeden als
overuren.
10. Als grondslag voor haar vordering voert CNV, samengevat
weergegeven, het navolgende aan.
De door RAV per 1 september 2005 voorgenomen wijziging van
het dienstrooster, met
gebruikmaking van aanwezigheidsdiensten waarvan de diensten
niet in hun geheel als arbeidstijd
worden aangemerkt, is in strijd met de Arbeidstijdenwet en
met het CAR-UWO (CAO voor
ambtenaren in dienst van gemeenten en RAV) en op grond
daarvan onrechtmatig.
11. RAV voert gemotiveerd verweer, waarop, voor zover
relevant, hierna zal worden ingegaan.
De beoordeling van de vordering
12. RAV heeft een aantal niet-ontvankelijkheidsverweren
gevoerd. Ten eerste zou CNV niet
ontvankelijk zijn omdat zij de verkeerde procesgang zou
hebben gekozen. De mededeling waarbij
RAV het (nieuwe) dienstrooster voor september 2005 aan haar
personeel heeft kenbaar gemaakt,
moet volgens RAV gezien worden als een besluit in de zin van
de Algemene wet bestuursrecht
waartegen een bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat. Dit
verweer wordt verworpen. De
vordering van CNV betreft een verbod op onrechtmatig
handelen, althans toekomstig
onrechtmatig handelen door RAV met betrekking tot het nieuwe
dienstrooster en een dergelijke
vordering kan in een civiele kort-geding-procedure worden
ingesteld.
13. Ten tweede heeft RAV gesteld dat CNV onvoldoende eigen
en rechtstreeks belang heeft bij de
door haar ingestelde vordering. Ook dit verweer faalt. CNV
kan als vakorganisatie die mede tot
doelstelling heeft om de belangen van werknemers te
behartigen ontvangen worden ter zake van
arbeidsrechtelijke vraagstukken. CNV heeft als partij bij de
CAO (in casu de CAR UWO) een eigen
belang om op te komen tegen schending van hetgeen in de CAO
is bepaald alsmede belang bij
naleving van de regelgeving door RAV. Dit zelfde geldt in
verband met de door RAV gestelde
relativiteisteis. Gelet op het bovenstaande is de stelling
dat RAV ten opzichte van CNV niet
onrechtmatig zou handelen omdat de rechtsnorm niet de
strekking heeft CNV te beschermen,
maar de ambulancemedewerkers, evenmin juist.
14. Ten derde heeft RAV gesteld dat CNV op grond van artikel
3:305a, lid 2 BW niet ontvankelijk
zou zijn omdat zij, voorafgaand aan dit kort geding, geen
overleg met RAV heeft gevoerd. Ter
zitting heeft de advocaat van RAV verklaard dat hij, na
ontvangst van de brief van de advocaat
van CNV op 11 augustus 2005, telefonisch contact heeft gehad
met laatstgenoemde en dat beiden
in dat telefoongesprek tot de conclusie waren gekomen dat
(nader) overleg niet tot andere
standpunten zou leiden. Voorshands geoordeeld is voldoende
aannemelijk dat beide partijen het
erover eens waren dat overleg geen zin (meer) had. In dat
geval moet het beroep van RAV op
artikel 3:305a lid 2 BW in strijd met de beginselen van
redelijkheid en billijkheid worden geacht.
Ook dit verweer dient daarom te worden verworpen.
15. RAV heeft voorts gesteld dat de vordering van CNV in dit
kort geding in strijd zou zijn met
een goede procesorde. De voorzieningenrechter volgt dit
standpunt niet. Niet valt in te zien dat
CNV in deze procedure bij wijze van een verkapt hoger beroep
van de uitspraak van de
kantonrechter d.d. 9 juni 2005 opkomt. In deze zaak was CNV
immers géén partij.
16. Alle feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, is
het spoedeisend belang van CNV
bij de gevorderde voorziening voldoende aannemelijk.
17. De essentie van dit geschil is of de in de nieuwe
dienstroosters door RAV in te voeren
aanwezigheidsdiensten, in het licht van de arresten van het
Hof van Justitie EG van 13 oktober
2000 (SIMAP), 9 september 2003 (Jaeger) en 5 oktober 2004
(Pfeiffer) als volledige arbeidstijd
moeten worden aangemerkt en voorts of de totale arbeidstijd
langer is dan toegestaan. Daarbij
gaat het in deze procedure uitsluitend over de
rechtmatigheid van de in te voeren roosters en niet
over de honorering van de werknemers.
18. Vast staat dat bij invoering van de nieuwe
dienstroosters de werknemers tijdens de
aanwezigheidsdiensten op een door RAV bepaalde plaats
aanwezig dienen te zijn. Het Hof van
Justitie EG heeft in de hiervoor onder 17. genoemde
arresten, samengevat weergegeven en voor
zover thans relevant, bepaald dat een dienst waarbij een
werknemer, ambulancepersoneel niet
uitgezonderd, op een door de werkgever bepaalde plaats
fysiek aanwezig moet zijn, in zijn geheel
als arbeidstijd in de zin van richtlijn 93/104/EG, per 2
augustus 2004 vervangen door richtlijn
2003/88/EG maar op de hier van belang zijnde punten niet
verschillend van die eerdere richtlijn,
moet worden aangemerkt.
19. De beoordeling van de dienstroosters dient te geschieden
aan de hand van de
Arbeidstijdenwet (hierna: ATW), die mede op de richtlijn is
gebaseerd. Deze nationale wetgeving
dient, gelet op de strekking van de richtlijn, volgens vaste
jurisprudentie richtlijn-conform te
worden uitgelegd. Voor rechtstreekse werking van de
richtlijn is in casu geen plaats. Dit brengt
met zich dat in aanwezigheidsdienst doorgebrachte uren
volledig moeten worden aangemerkt als
arbeidstijd in de zin van de ATW. Artikel 1:3
Arbeidstijdenbesluit bepaalt dat de tijd tijdens een
aanwezigheidsdienst waarop de arbeid van de werknemer zich
uitsluitend beperkt tot de
verplichte aanwezigheid op de arbeidsplaats, als rusttijd
wordt aangemerkt, hetgeen in strijd is
met de (richtlijn-conforme uitleg van de) ATW. Het
Arbeidstijdenbesluit berust als lagere
regelgeving echter op de ATW hetgeen tot gevolg heeft dat
bij strijd met de (richtlijn-conforme
uitleg van de ) ATW het Arbeidstijdenbesluit buiten
toepassing dient te blijven. In casu is daarvan
sprake.
20. Nu op grond van het vorenstaande moet worden aangenomen
dat in de nieuwe dienstroosters
opgenomen aanwezigheidsdiensten volledig als arbeidstijd in
de zin van de ATW dienen te worden
beschouwd, doet zich de situatie voor dat de
ambulance-werknemers blijkens de nieuwe
dienstroosters gemiddeld meer dan 40 uur per week werken.
Dit is in strijd met artikel 5:11 ATW,
waarin wordt bepaald dat de gemiddelde arbeidsduur in geval
nachtdiensten worden verricht,
over een periode van 13 weken gemiddeld ten hoogste 40 uur
per week mag bedragen.
21. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter
handelt RAV door invoering van
nieuwe dienstroosters waarin aanwezigheidsdiensten zijn
opgenomen die volledig als arbeidstijd
dienen te worden aangemerkt, in strijd met het bepaalde in
artikel 5:11 ATW en derhalve
onrechtmatig. Nu reeds de onrechtmatigheid wegens strijd met
de ATW vast staat, kan een
belangenafweging tussen partijen niet tot een ander oordeel
leiden en behoeven de andere door
CNV aangevoerde gronden geen bespreking meer.
22. Uit het vorenstaande volgt dat de primaire vordering van
RAV hierna zal worden toegewezen,
met dien verstande dat de daarin gestelde termijn bepaald
zal worden op drie weken, de
gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en het totaal
daarvan gemaximeerd.
23. Als de in het ongelijk gestelde partij zal RAV in de
kosten van dit kort geding worden
verwezen.
De beslissing
De voorzieningenrechter
verbiedt RAV om binnen drie weken na betekening van dit
vonnis een roosterwijziging door te
voeren waarin aanwezigheidsuren anders dan volwaardige en
volledige arbeidsuren worden
gerekend en waarin meer dan de gemiddelde arbeidsduur van de
Arbeidstijdenwet wordt
ingeroosterd, dan wel waarin structureel overwerk wordt
ingeroosterd,
veroordeelt RAV om ingeval zij na betekening van dit vonnis
bovenstaande verbod overtreedt,
aan CNV een dwangsom te betalen van € 10.000,-per dag, met
een maximum van € 1.000.000,
,
veroordeelt RAV in de kosten van deze procedure, tot aan
deze uitspraak aan de zijde van CNV
bepaald op € 816,-voor salaris en op € 329,60 voor
verschotten,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
weigert het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar
uitgesproken in tegenwoordigheid
van de griffier mr. E.S.M. Daamen op 9 september 2005.
de griffier de rechter