Informatie over levensloop brandweer en ambulance.



Onlangs is in het LOGA (het landelijk overleg tussen bonden en VNG) overeenstemming bereikt over de uitwerking van de eerdere afspraak over levensloop als onderdeel van het FLO-akkoord. Zoals inmiddels bekend is Loyalis door CAO-partijen uitgekozen als uitvoerder. Nog voor het eind van dit jaar zal de eerste bijdrage van de werkgever gestort gaan worden. Dus moet er in korte tijd van alles geregeld worden, en komen er dus allerlei vragen van leden. Hierbij een poging om in ieder geval een aantal daarvan te beantwoorden.

• In de informatie vanuit het LOGA en Loyalis wordt gesproken over de periode vanaf 59 jaar. Maar het overgangsrecht FLO gaat toch al in op 55 jaar? Klopt: op 55 jaar (of later, afhankelijk van de afgesproken ‘staffel’) wordt een uitkering verstrekt van 80% van de bezoldiging. Overigens loopt nog een onderzoek naar het netto-bedrag van deze uitkering. Er zijn namelijk diverse signalen van leden waaruit blijkt dat de uitkering in het overgangsrecht netto beduidend lager uitvalt dan voorheen de FLO-uitkering. Maar op 55 jaar wordt het inkomen nog niet geregeld met levensloop; dat gebeurt pas vanaf 59. Dan gaan mensen met onbezoldigd volledig verlof tot ze op 62 jaar met (versterkt) ouderdomspensioen gaan. NB: dit gaat uit van een oorspronkelijke FLO-leeftijd van 55 jaar. Voor andere FLO-leeftijden gelden afwijkende afspraken. Ook is dit hele verhaal over levensloop niet van toepassing op mensen geboren tot 1950: zij kunnen nog gebruik maken van FPU, en die uitkering wordt aangevuld.

• Voor de periode van 3 jaar tussen 59 en 62 jaar wordt 210% (3 jaar 70%) van de bezoldiging bijeen gespaard als levensloop. Voorwaarde hiervoor is dat mensen op hun 59e 20 dienstjaren in een bezwarende functie hebben; de jaren tussen 55 en 59 jaar tellen daarbij onverkort mee, ook dus de jaren waarin geen werk is verricht. Mensen die op hun 59e niet aan die 20 dienstjaren komen, krijgen een bedrag naar rato. Het gaat bij levensloop dus om 20 dienstjaren op 59 jaar. Dit is dus iets anders dan dat andere 20-dienstjarencriterium, dat bepaalt of je met 55 jaar kan stoppen met werken, of op grond van de staffel eerst nog één of meerdere jaren 50% (of 60% bij ambulancediensten) gaat werken: hiervoor geldt het aantal dienstjaren op 1 januari 2006.

• De hoogte (grondslag) van de 210% wordt bepaald door de gemiddelde bezoldiging (inclusief vakantie- en eindejaarsuitkering) in het jaar voorafgaand aan het stoppen met werken of korter werken op 55 jaar. Vanaf het 55e jaar wordt deze grondslag netjes geïndexeerd met de algemene salarisverhogingen in de CAO. Mensen die vanaf 55 jaar 50% (of 60%) gaan werken, krijgen op hun 59e jaar niet 210% van hun deeltijd-bezoldiging, maar van hun oorspronkelijke bezoldiging van 54 tot 55 jaar.

• Welke dienstjaren tellen hiervoor mee? Dit was al eerder geregeld in CAR/UWO: - brandweer: beroepsjaren, jaren als vrijwilliger in de uitruk en jaren in een FLO-functie stadsvervoer; - ambulance: jaren bij een gemeentelijke, particuliere ambulancedienst of dienst van een ziekenhuis, jaren als oproepkracht bij een ambulancedienst en jaren in een FLO-functie in het stadsvervoer. Bij twijfel over het aantal jaren bij een eerdere werkgever hoeft de werknemer niet te bewijzen, maar wel aannemelijk maken dat hij toen in dienst was in de betreffende functie. Het probleem is overigens dat er in de praktijk ook andere combinaties van dienstverbanden voorkomen (bij voorbeeld eerst werkzaam geweest bij de brandweer, en nu bij een ambulancedienst). Welke dienstjaren meetellen is echter ‘’limitatief’’ geregeld in de CAO; wij zullen werkgevers er lokaal op aanspreken in voorkomende gevallen te besluiten in de geest van de CAO: hebben mensen er 20 zware jaren opzitten in een gemeentelijke FLO-functie?

• Betekent het woord ‘werkgeversbijdrage’ dat ik ook zelf moet bijdragen? Nee: de werkgever draagt zorg voor de gehele 210% (nogmaals: uitgaande van 20 dienstjaren). Wel moet bedacht worden dat er werknemerspremie (pseudo WW-premie) wordt ingehouden op het bedrag aan werkgeversbijdrage. Ingeval van sparen bij Loyalis gaat de werkgeversbijdrage rechtsreeks naar de levenslooprekening. Je krijgt het dus niet eerst zelf bij je loon gestort. Dat neemt echter niet weg dat het voor de fiscus wel inkomen is. Belasting hoeft pas te worden betaald vanaf 59 jaar bij opnemen van het levenslooptegoed, maar WW-premie moet wel direct worden betaald.

• Is deelname verplicht? Nee, formeel niet: deelname aan levensloop is wettelijk een vrije keus van de individuele werknemer. Maar zoals ABVAKABO FNV eerder dringend heeft geadviseerd: doe allemaal mee, gelet op het belang om met behulp van levensloop op 59 jaar zelf in je inkomen te kunnen voorzien.

• Is er een individuele garantie: ja, dat was voor ABVAKABO FNV een hard punt. Bij levensloop geldt namelijk dat de inleg gespaard en/of belegd wordt, en de uitkomst daarvan kan mee- of tegenvallen. Bij een tegenvallend resultaat zouden mensen onder de 210% kunnen uitkomen. Maar dat hebben we weten te voorkomen door een individuele garantie af te spreken. Die komt erop neer dat Loyalis de werkgeversbijdrage periodiek bijstelt, zodanig dat mensen ook echt op die 210% uitkomen. Als op het laatst toch nog een tekort ontstaat, wordt dit door de werkgever bijgepast. Voorwaarde is uiteraard dat vanaf 2006 (!) ieder jaar de gehele levensloop-bijdrage wordt ingezet, en niet tussentijds wordt benut voor andere doeleinden. Voorwaarde is ook deelnemen bij Loyalis: je mag bij een andere aanbieder meedoen aan levensloop-sparen (je krijgt dan dezelfde bijdrage van de werkgever), maar dan geldt de individuele garantie niet!

• Om het zo makkelijk mogelijk te maken is geregeld, dat je bij deelname via Loyalis zelf niets hoeft te regelen.

Belangrijk: wel is het nodig voor 31 december 2006 een verklaring te ondertekenen dat je meedoet aan levensloop. Dit is nodig om de werkgever toestemming te verlenen om vanaf dit jaar de werkgeversbijdrage over te maken naar de levensloopverzekering. Niet ondertekenen betekent niet kunnen starten in 2006, en daarmee vervalt de individuele garantie!

• De hoogte van de werkgeversbijdrage wordt dus individueel bepaald. In 2006 zal dit voor iedereen de fiscaal maximale 12% zijn, vanaf 2007 wordt dit maatwerk: hoeveel ie er per jaar nodig om op 59 jaar aan 210% te komen? Bij mensen die al zoveel dienstjaren hebben dat 12% per jaar niet voldoende is om op 59 jaar aan de 210% te komen, wordt door de werkgever een aanvullende bijdrage verstrekt. Om problemen met de fiscus te voorkomen, wordt dit bedrag op een aparte spaarrekening gestort. Dit zal volgend jaar voor het eerst gebeuren.

• Zoals bekend is het wettelijk niet mogelijk tegelijkertijd deel te nemen aan spaarloon en levensloop. Als het goed is heeft u uw spaarloonregeling al medio dit jaar beëindigd. Mensen die pas onlangs hebben gedaan kunnen pas vanaf 2007 mee gaan doen aan levensloop. Zij vallen niet onder de individuele garantie van 210%, maar er is wel een constructie afgesproken om die 210% zo veel mogelijk te benaderen. Zie hiervoor de informatie van Loyalis.

• Bij tussentijds vertrek uit de functie (voor het 59e jaar) behouden mensen hun opgebouwde tegoed. Als je bij dezelfde gemeente blijft werken, wordt het tegoed gewoon op 59 jaar uitbetaald. Ingeval van vertrek bij de gemeente als werkgever wordt het tegoed uitbetaald op het moment van ontslag. Bij 20 dienstjaren in de zware functie is dit dus de gehele 210%. Dat is dus een verbetering ten opzichte van de oude FLO-regeling, waarbij er individueel niets werd opgebouwd.

• Bij vroegtijdig overlijden is dit niet het geval, dan wordt er niet uitgekeerd. Dit is zo afgesproken om de harde individuele garantie op 210% te kunnen realiseren: alles is erop gericht om op 59 jaar een zo hoog mogelijk rendement te hebben. Er is dus een zogenaamde ''rendementsopslag'' afgesproken, waarmee het mogelijk werd overeenstemming te bereiken over de individuele garantie. Bedenk hierbij ook dat de levensloopregeling voor brandweer en ambulance anders wordt gebruikt dan in eigenlijk alle andere sectoren: het dient puur om binnen de fiscale spelregels zo dicht mogelijk bij de oude FLO uit te komen. In die oude FLO-regeling bestond ook geen recht op een ‘’tegoed’’ voor nabestaanden. Loyalis biedt overigens de mogelijkheid dit overlijdensrisico individueel bij te verzekeren, zodat er wel wordt uitgekeerd bij overlijden (90% van het opgebouwde tegoed).

• De zogenaamde B3-instellingen in de ambulancezorg claimen dat de FLO-afspraken te duur voor ze zijn, en weigeren vooralsnog in 2006 de werkgeversbijdrage levensloop te betalen. Uiteraard zijn we hier als bond mee bezig; zonodig zullen juridische stappen worden ondernomen om naleving van de CAO af te dwingen.

Peter Wiechmann
Landelijk bestuurder Gemeenten